Eerlijkheidshalve moet over die “starre”orgeltoon, waarover Walcha schreef ook zijn inmiddels gedateerde afkeer voor het romantisch orgel als grondslag voor zijn stelling worden gememoreerd. Om deze stellingname kozen wij dan ook mede genoemd citaat als motto. Bij het herschrijven van “Organum Novum” in 1981 heb ik die opvatting uiteraard genuanceerd. Dat de woordcombinatie “romantisch orgel”

een tegenspraak (contradictio in terminis) zou inhouden, belijdt niemand meer.
Er is hier en daar wel beweerd, dat het uitvoeren van romantische orgelmuziek in de bedoelde periode “niet zou mogen”. Van een verbod was echter geen sprake: zelfs de genoemde Lambert ErnĂ© speelde in de Oude Kerk te Delft muziek van Mendelssohn.  En daarmee toonde hij destijds meer besef voor de relatie tussen instrument en de uit te voeren werken dan menig organist uit later tijd!
Wel moet worden gezegd, dat het in bepaalde organistenkringen niet bepaald gebruikelijk was om zich met romantische orgelliteratuur in te laten.
Toch herinner ik mij hoe Herman Zandt en ik als jonge snuiters op zondagavond herhaaldelijk naar de St. Willibrorduskerk buiten de Veste in Amsterdam fietsten om er het grote Adema-orgel te horen, dat zich thans in de R.K. St.Bavo-Kathedraal in Haarlem bevindt. Was dat wellicht een heimelijk vervullen van sluimerend verlangen naar romantische orgelklank?

Helaas is men geleidelijk meer en meer de stijlaanduiding “Neobarok” voor orgels uit de periode na 1945 gaan gebruiken. In het booklet behorend bij het c.d.-project wordt deze  term terecht gerelativeerd. Er werden in die tijd nog geen “nieuwe barokorgels” gebouwd: men zette de lijn van ambachtelijk orgel bouwen  uit voorgaande stijlperioden, die volgens deze visie “hinderlijk”onderbroken was door de Romantiek met al zijn latere technische uitwassen, voort om aldus tot een nieuw eigentijds orgeltype te komen. De term “Neobarok”is vergelijkbaar met “Neogotiek”, een begrip, dat dermate is ingeburgerd, dat weinigen nog inzien, dat een dergelijk etiket in wetenschappelijk opzicht verwarrend is. De Neogotiek is weliswaar een stijl, die geĂŻnspireerd was op de kunst van de late Middeleeuwen, maar die qua innerlijke
structuur van geheel andere aard is, dan de kunst van waaruit ze heette te zijn ontstaan.
De vergelijkende benaming baseert zich slechts op teruggrijpen op een vroegere vormentaal. Het is wat de benaming Neobarok voor een bepaald type moderne orgels aangaat duidelijk dat hier van een zelfs oppervlakkige verwantschap met Barokorgels nauwelijks sprake is, in vormgeving niet en in klankkarakter al helemaal niet. Indien men orgels als “Neobarok” wil etiketteren, dan kan men dat beter bij stijlkopieën (of wat daarvoor mag doorgaan) uit later tijd doen.